content

Kralingse Plaslaan

Straat Kralingse Plaslaan
Benoemingsbesluit B&W
Datum 07-03-1900
Wijkindeling 08-41, 08-42, 08-43

Kralingen was vanouds een heerlijkheid, waaraan waarschijnlijk het geslacht Van Cralinghen zijn naam te danken had. Mogelijk is het eerste lid van Kralingen afgeleid van de persoonsnaam Kracho of Krako. Een Hugo van Cralinghen komt al in 1244 voor. De oudste heren van Cralinghen bewoonden het slot Honingen. De ambachtsheerlijkheid Kralingen werd in 1668 door de stad Rotterdam gekocht. In 1795 traden schout en schepenen van de heerlijkheid op als gemeentebestuur en werd Kralingen een plattelandsgemeente. Het oude dorp Kralingen is geheel verdwenen. Het lag in het gebied van de huidige Prins Alexanderpolder. Van dit dorp resteert alleen nog de begraafplaats 'Oud-Kralingen'. In de eerste helft van de 19de eeuw ontstond een nieuw dorp bij de viersprong Oudedijk, 's-Gravenweg, Hoflaan en Kortekade. In 1895 werd het dorp door Rotterdam geannexeerd. De Kralingse Kerklaan is een gedeelte van de vroegere Kerklaan, die naar de kerk in het oude dorp liep. Een enkele maal komt ze voor onder de naam Godshuiskade. In de laan ligt ter hoogte van de 's-Gravenweg over een sloot de Kralingse Kerkbrug. De Kralingse Plas stond voor 1895 bekend als Bosch- of Noordplas. Voor het uitvenen van de plas bevond zich in de noordwestelijke hoek een bos, dat op een kaart van Schieland. (1650) staat aangegeven als Karrebosch. Het moet een overblijfsel zijn geweest van een uitgestrekt oerbos. Noordplas heette hij, omdat hij ten noorden van het dorp lag. Ten zuiden van de plas werd rond de eeuwwisseling de Kralingse Plaslaan aangelegd. Oorspronkelijk liep deze laan van de Kortekade tot aan de buitenplaats Rozenburg. Toen in 1911 de buitenplaats tot wandelpark en bouwterrein werd bestemd, werd de laan doorgetrokken naar de Boezem. Bij de Kortekade sluit de laan aan op de Kralingseweg, die ten tijde van de droogmaking van de Prins Alexanderpolder langs een van de tochten werd aangelegd. Om de Kralingse Plas werd een groot park aangelegd, dat op 1 december 1927 voor het publiek werd opengesteld. Officieel heette dit park Kralinger Hout, een naam, die echter nooit is ingeburgerd. In de volksmond heette het al spoedig Kralingse Bos. Het Kralingse Verlaat is de sluis, waardoor de Boezem in de Kralingse Plas stroomt. De Kralingse Zoom ligt in de Polder Kralingen op het trace van een vroegere spoorbaan. Ten oosten hiervan ligt het Kralingseplein als onderdeel van de oprit naar de Van Brienenoordbrug. De zuidelijke punt van de polder Kralingen is 'De Esch', vaak verbasterd tot 'de Nes'.