content

Radarketen Nieuwe Waterweg

Waarnemingssysteem bestaande uit zeven posten tussen Hoek van Holland en het Charloisse Hoofd, bedoeld om de veiligheid in de Rotterdamse haven te vergroten.

Inhoudsopgave

Radar kan de voor het oog onzichtbare objecten in de scheepvaartroute waarnemen. Kort na de oorlog was de Holland-Amerika Lijn een van de eerste maatschappijen die haar schepen van deze moderne installatie voorzag. De Noordam was het eerste schip dat een radarapparaat aan boord had dat speciaal voor de koopvaardij was geconstrueerd.

Bouw

Ook het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam wilde een radarsysteem, en wel voor de Nieuwe Waterweg. Het moest de veiligheid in de haven vergroten, onder meer door schepen bij slecht weer te helpen de haven binnen te lopen. De door het Rijk in 1948 ingestelde radarcommissie oordeelde positief over de bouw van een reeks van radarstations langs de Nieuwe Waterweg. Ze werden ontwikkeld bij het Nederlands Radar Proefstation in Noordwijk aan Zee, waarna de haven van IJmuiden in 1951 als eerste werd uitgerust met een havenradarpost.

Rotterdam kreeg vervolgens als de eerste ter wereld een keten van radarposten. De eerste steen werd gelegd aan de Sluisjesdijk op 18 september 1953. Het was de eerste post in de reeks van zeven, die langs de Nieuwe Waterweg werd gebouwd, van Hoek van Holland tot aan het Charloisse Hoofd.. Op 30 november 1956 werden ze officieel in gebruik gesteld door prins Bernhard.

Inrichting

De architect van de zeven radarposten was Bastiaan van der Lecq. Tussen 1953 en 1956 realiseerde hij de zeven posten. Omdat de radarscanner op een hoogte van ongeveer veertien meter moest worden opgesteld, stond de verticale vorm van de gebouwen al vast. De torens bevatten zes bouwlagen: een kelder met technische ruimte, de begane grond met entree en rijwielberging, de eerste verdieping met een keukentje, slaapruimte en wasgelegenheid, de tweede verdieping met observatieruimte voor de marine, de derde verdieping met observatieruimte voor de havenradardienst en de vierde verdieping met de radarapparatuur. Branddeuren geven toegang tot de brandladder en een verticale koker dient voor de doorvoer van kabels en leidingen. In de periode 1980-1984 werd het walradarsysteem vervangen door 25, deels onbemande radarposten en verkeerscentrales met felle gele en blauwe gevelbekleding naar ontwerp van de architecten Van den Broek en Bakema. Enkele radarposten naar ontwerp van Van der Lecq zijn gesloopt en enkele doen dienst als woonruimte.