content

Akte over Muiterij op de Jan Robbert

Op 31 mei 1644 leggen vijf bootsgezellen, waaronder een tolk, bij notaris Balthasar Bazius een verklaring af over een incident op het schip “Jan Robbert” uit Dover. Dat doen ze omdat de schout dat eist. Ze vertellen dat ze vlak voor aankomst in Rotterdam vis voorgeschoteld hebben gekregen. Omdat er geen boter bij de vis zit, ontstaat gemor onder de bemanning.

Ze doen hun beklag bij de kok en later bij schipper Robert Bennit (Bennett). Bennit antwoordt dat ze tijdens de reis genoeg boter hebben gehad en dat ze snel aan wal zullen komen. Als de bemanningsleden de schipper beginnen uit te schelden gaat het van kwaad tot erger. Er ontstaat een knokpartij. De schipper kan ontzet worden en zet met de degen in de hand de muiters aan wal. Daarbij raakt bootsgezel Ritchard Gerrit gewond door een val tegen het scheepsboord.

De akte krijgt een vervolg op 9 juni van dat jaar als schipper Robert Bennit door Balthasar Bazius laat optekenen dat hij de muiters schuldig acht aan geleden schade en aansprakelijk stelt voor te betalen kosten. Bennit is op verzoek van de muiters zonder opgave van reden dan al de twee maal gearresteerd. Hij heeft al die tijd niet uit kunnen varen.

De akte is te vinden in het Oud notarieel archief Rotterdam, inventarisnummer 436, aktenummers 79 en (vervolg) 84.