content

Akte over de aanschaf van een orgel voor de Laurenskerk

In 1642 besteden kerkmeesters Johan Verzijden, Johan van Berckel en Niclaes Matelieff de bouw van een nieuw orgel voor de Laurenskerk aan bij de Antwerpse orgelmaker Hans Goldtfus. De aanbesteders betalen ter plekke 1000 rijksdaalders en beloven nog eens 10.000 gulden te betalen als het werk goed is afgeleverd. Bovendien zeggen ze toe dat de aannemer in de nabijheid van de kerk ruimte krijgt voor de bouw van het orgel.

Op 18 augustus 1642 maakt de Rotterdamse notaris Jacobus Delphius de akte op. Daarin wordt vastgelegd aan welke eisen het orgel moet voldoen. Zo dient het orgel 16 voet groot te worden. Verder wordt vastgelegd dat het orgel moet worden uitgerust met drie manueel klavieren en 1 pedaal klavier. Alledrie de manueel klavieren moeten 45 toetsen (‘sticken’) groot worden, beginnend met de korte octaaf. Het pedaal klavier moet 25 toetsen (‘sticken’) groot worden, beginnend met de lange octaaf.

Deze akte (nummer 407 van inventarisnummer 402 uit het Oud Notarieel Archief van Rotterdam) is te vinden in de database met samenvattingen. Zij is bijzonder omdat er niet vaak aktes worden gevonden over de aanschaf van een kerkorgel.