content

Stappen bij biografisch onderzoek

Stap 1: Voorbereiding van het onderzoek
Stap 2: Basisgegevens opzoeken
Stap 3: Uw onderzoek uitbreiden
Aandachtspunt

Stap 1: Voorbereiding van het onderzoek

Bedenk een systeem om de gegevens die u zult vinden bij uw onderzoek geordend vast te leggen. Noteer altijd nauwkeurig waar u de informatie hebt gevonden.

Ga na wat er al gepubliceerd is over “uw” persoon op internet, in biografische woordenboeken, encyclopedieën en andere uitgaven. Een goed startpunt voor onderzoek zijn publicaties naar aanleiding van iemands overlijden (levensbeschrijving, In Memoriam etc). Deze geven vaak in kort bestek veel informatie.

Vorm u een beeld van de tijd en de plaats(en) waarin de persoon leefde door algemene historische standaardwerken te lezen. Voor Rotterdam zijn dat Stad in aanwas : geschiedenis van Rotterdam tot 1813; en Stad van Formaat : geschiedenis van Rotterdam in de negentiende en twintigste eeuw. Daarnaast voor de periode 1940-1945 Rotterdam in de Tweede Wereldoorlog.

Stap 2: Basisgegevens opzoeken

Begin uw onderzoek met het raadplegen van primaire genealogische bronnen: Burgerlijke Stand, bevolkingsregisters of doop-, trouw- en begraafboeken. De Burgerlijke Stand werd ingesteld in 1811. In de periode daarvoor was de registratie van dopen, huwelijken en begraven niet centraal geregeld. Dit werd uitgevoerd door stad of dorp enerzijds en de kerken anderzijds. De meeste akten van de Burgerlijke Stand en de doop,- trouw- en begraafboeken van Rotterdam en een aantal omliggende gemeenten zijn op internet te doorzoeken in Zoeken op Personen. Bevolkinsregisters zijn te raadplegen op de studiezaal van het Gemeentearchief. De bevolkingsregisters werden opgezet in 1850. Hierbij kan iemands leven van begin tot eind gevolgd worden. Niet alleen de data en plaats van geboorte, huwelijk en overlijden staan genoteerd, maar ook alle woonplaatsen, adressen, en het gezinsverband waarin iemand leefde. Voor 1850 is men aangewezen op incidentele registratie, zoals volkstellingen, belastingregisters etc.

Stap 3: Uw onderzoek uitbreiden

Uit de periode 1850-1950 is het meeste archiefmateriaal bewaard gebleven met informatie over individuele personen. Veel archiefbestanden uit die tijd zijn geïndexeerd, dat wil zeggen, toegankelijk gemaakt op persoons- en/of zaaknamen. Die oude indexen van de organisatie zijn anders dan wij gewend zijn. Zij vergen enige inspanning van een moderne lezer om erin te zoeken en de verwijzingen naar de documenten te volgen. U kunt medewerkers van het gemeentearchief om uitleg vragen.

Het gemeentearchief maakt ook zelf archiefstukken op persoon doorzoekbaar. Sommige van die indexen zijn op internet te raadplegen, anderen op de studiezaal. Zo zijn er bijvoorbeeld indexen op notariële akten, registers van de Weeskamer en registers waaruit de herkomst van nieuwe inwoners blijkt. Dit zijn vaak bronnen uit de 17e en 18e eeuw.

Niet iedereen heeft evenveel sporen achter gelaten in de archieven van zijn of haar woonplaats. Mannen vindt u vaker terug dan vrouwen. Over de bovenlaag van de samenleving is veel informatie te vinden. Maar ook de “arme kant van Nederland” is in de archieven goed vertegenwoordigd, vooral als ze financiële ondersteuning kregen of crimineel waren.

U kunt van medewerkers van het gemeentearchief tips krijgen over welke bronnen u nog kunt doorzoeken voor uw onderzoek.

Aandachtspunt

Bij nog levende personen wordt onderzoek in archieven belemmerd door embargo’s in verband met privacybescherming. U bent in die gevallen afhankelijk van de medewerking van de persoon in kwestie. Bij recent overleden personen kunt u in een aantal gevallen ontheffing van een embargo aanvragen waarbij u een afschrift van de overlijdensakte meestuurt.