content

Openbaarheidsmaand 2018: de teloorgang van een Rotterdams warenhuis

17 januari 2018

Van talloze archieven schuift in 2018 de openbaarheidsgrens een jaartje op. In het archief van de Ter Meulen BV, voorheen H. ter Meulen’s Manufacturenhandel te Rotterdam, zijn enkele onderzoekrapporten (inv. nrs. 40 en 65) openbaar geworden die licht werpen op de problemen die het warenhuis in 1993 fataal zouden worden.

De afgelopen jaren zijn diverse grote winkelketens failliet gegaan, met het warenhuisconcern V&D als meest dramatische voorbeeld. De problemen waar die ondernemingen mee kampten, speelden vaak al jaren, soms zelfs sinds de jaren ‘80. De ondergang van het Rotterdamse winkelbedrijf Ter Meulen in 1993 is dus misschien wel een voorbode geweest.

Een Rotterdams warenhuis

Opruiming bij Ter Meulen in juli 1964. Foto: Ary GroeneveldHet warenhuis dankt zijn naam aan Hendricus Bernadus Johannes (Hein) ter Meulen (1873-1922), die in 1896 een manufacturenwinkel begon op de Nieuwe Markt in Rotterdam. Sinds 1951 was het warenhuis gevestigd in een modern pand aan de Oude Binnenweg (tegenwoordig Binnenwegplein), ontworpen door architectenbureau Brinkman, Van den Broek en Bakema. In de jaren ‘80 begon Ter Meulen zijn vleugels uit te slaan. In 1984 opende het een klein filiaal in Spijkenisse, in 1986 volgde een tweede in Dordrecht.

In diezelfde periode openbaarden zich echter ook de eerste problemen. Zoals een zoon van de oprichter het in 1951 formuleerde richtte Ter Meulen zich van oudsher op een ‘publiek van kleine kopers, voor wie de dubbeltjes tellen’. Daardoor moest het bedrijf veel omzet draaien om winst te maken. Juist die omzet kwam door de economische malaise van die jaren onder druk te staan. Tegelijkertijd werd de concurrentie heftiger en de consument onvoorspelbaarder.  

'Niet om de prijs alleen'

In het rapport Winkelen, niet om de prijs alleen, dat in september 1987 verscheen, adviseerde interim-manager H. Loykens om handiger in spelen op het veranderende koopgedrag. ‘Was winkelen vroeger voor veel mensen een noodzakelijk kwaad, vandaag de dag krijgt het steeds meer een recreatieve functie’, zo schreef hij. Om die ontwikkeling het hoofd te bieden, moest het warenhuis zijn assortiment aanpassen en dat bovendien anders gaan presenteren, bijvoorbeeld rond thema’s. Ook adviseerde hij het bedrijf de expansie voort te zetten.

Twee maanden later werd Ter Meulen overgenomen door investeringsmaatschappij Wolters Schaberg. Kort daarop verscheen een nieuw rapport, getiteld Ter Meulen naar 1990 en daarna, dat de door Loykens geschetste contouren verder inkleurde. Het bevestigde nog eens de noodzaak van verdere uitbreiding, in elk geval naar Zoetermeer, naar Rotterdam-Oost en misschien zelfs Almere. Het rapport bepleitte echter ook – en dat was nieuw - een grondige reorganisatie van de vestiging Rotterdam, om zo het bedrijf weer winstgevend te maken.

Reorganisatie

Begin 1988 kondigde Ter Meulen aan dat het 91 van de 858 banen zou schrappen. Bovendien werd een ander winkelconcept in het voorzicht gesteld, met een volledig nieuw assortiment. Aan de vertrouwde lage prijzen zou niet worden getornd.

Het mocht allemaal niet baten. Nog voor de doorbraak van het internet, ging de zaak in 1993 failliet, naar verluidt onder meer vanwege de hoge huurlasten. De filialen in Rotterdam-Oosterhof, Zoetermeer en Almere werden overgenomen door Vroom & Dreesmann.