content

Jan Sirks (1885-1938)

Rotterdams schilder, graficus en etser, liet zich onder meer inspireren door de oude Rotterdamse binnenstad, de haven en de drukte langs de waterkant.

Jong talent

Jan Sirks werd op 23 februari 1885 in Rotterdam geboren als de derde zoon van Aletta Oostveen en Laurens Sirks, beambte bij de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij. Al op jonge leeftijd bleek Jan over een opmerkelijk talent voor tekenen te beschikken. In 1915 hield hij in Utrecht zijn eerste tentoonstelling. Uit zijn keuze blijkt zijn veelzijdigheid: er waren etsen van dieren, stadsgezichten, landschappen en bosgezichten. Als rechtgeaarde Rotterdammer had hij zich bovendien laten inspireren door de oude binnenstad en de drukte op de rivier en langs de waterkant.

Volwaardige kunstvorm

Sirks gaf blijk van een voorliefde voor de sleperspaarden. Deze bonkige dieren, die zware sleperskarren trokken waarmee vrachten van en naar de havens werden gebracht, komen vooral in zijn vroege werk regelmatig voor. Sirks bleef werken aan zijn ontwikkeling, naast monochrome etsen en olieverfschilderijen maakte hij houtsneden, aquarellen en kleuretsen. In Sirks’ ogen was de ets een volwaardige vorm van kunst. Volgens hem kon een belangrijk etswerk niet gemaakt worden door een kunstenaar die het etsen als een bijzaak van het schilderen opvatte.

Etstechniek

Een ets is het resultaat van een bepaald drukprocédé, de zogenaamde diepdruk. Een ets wordt gemaakt door een koperplaat onder verhitting aan één zijde te bedekken met een laagje (zuurbestendige) bijenwas vermengd met pek en asfalt. Dit laagje wordt vervolgens beroet. In de zwartgewalmde ‘etsgrond’ tekent de kunstenaar met een etsnaald de voorstelling. Al tekenend wordt het koper in de uitgestoken groeven zichtbaar. Daarna wordt de plaat uitgebeten door deze met een verdund zuur te begieten, of erin onder te dompelen. In het laatste geval is de onderkant eerst met vernis afgedekt. Het zuur tast de koperplaat aan op die plaatsen waar de etsgrond door de etsnaald is verwijderd. Daar ontstaan diepe of ondiepe groeven.

Grafisch procédé

Etsers werkten oorspronkelijk alleen met lijntjes. Schaduwpartijen werden door arceringen, vaak gekruist, in brede etslijnen weergegeven. Dan wordt de plaat geïnkt. Bij het drukken wordt de inkt uit de groeven gezogen. Zo komt de voorstelling op het papier te staan. Dit vertoont een drukrand die typisch is voor het diepdrukprocédé. Soms laat de kunstenaar aan de oppervlakte van de plaat op bepaalde plaatsen een dunne inktlaag achter. Deze levert in de afdruk een toon op.

Sirks’ oeuvre

Jan Sirks heeft een respectabel oeuvre opgebouwd. Hoewel autodidact, was hij een zeer knap etser, die algemeen erkend werd. Hij was één van de weinige Rotterdammers die in de kunstwereld een goed bestaan heeft gehad. Hij maakte stadsgezichten voor de liefhebbers die graag een schilderij van hun woonplaats aan de muur wilden hebben. Het grafisch kunstwerk was betaalbaar en kon, wanneer de kwaliteit van de etsen achteruitging door bijvoorbeeld zonlicht en vocht, na verloop van tijd worden vervangen door een ander werk. Sirks schilderde, aquarelleerde, tekende en etste de havens van Rotterdam, sleperspaarden, stadsgezichten en landschappen. Zijn werk onderscheidde zich door een originele compositie, sfeervolle tekening, knappe stofuitdrukking en een vaste greep op zijn objecten. Zijn romantisch realistische stijl laat genoeg te raden over, zodat zijn etsen spannend blijven.