content

Hoogstraat

Eén van de oudste straten van Rotterdam, loopt vanaf het Oostplein in een rechte lijn naar de Coolsingel, over de vroegere dam in de Rotte waar de stad naar is vernoemd. In de negentiende en twintigste eeuw ontwikkelde de straat zich tot een belangrijke winkelstraat.

Hoogstraat

De naam Hoogstraat komt voor het eerst voor in 1396. Hieronder verstond men het gedeelte van de Schielands Hoge Zeedijk, die in het begin van de dertiende eeuw was aangelegd als bescherming tegen de Maas, tot aan wat tot dan toe Oosteinde, Middeldam en Westeinde had geheten. In 1522 werd de Hoogstraat verhoogd van de Schiedamsepoort tot de Oostpoort. De huidige Hoogstraat heeft van Korte Hoogstraat tot Botersloot de oorspronkelijke ligging behouden. Vanaf Botersloot tot Oostplein is de Hoogstraat na de oorlog in noordoostelijke richting omgebogen.

Oorsprong van Rotterdam

Rond 1260 werd de rivier de Rotte afgesloten door middel van een dam, die heeft gelegen op de kruising van de huidige Hoogstraat met het spoorviaduct. Tijdens opruimwerkzaamheden in 1942-1943 werden enkele oude waterkeringen en fundamenten blootgelegd, met daarin restanten van een dertiende-eeuws uitwateringssluisje. Onder de dertiende-eeuwse dam in de Hoogstraat is een crematiegraf uit circa 150 na Christus gevonden. Er was dus al vroeg sprake van bewoning op deze plek. De nederzetting die rondom de dam in de Rotte groeide, is het begin van Rotterdam geweest.

Korte Hoogstraat

Het gedeelte van de Hoogstraat dat van noord naar zuid loopt, wordt de Korte Hoogstraat genoemd (vroeger ook wel Schiedamsedijk genoemd). In deze historische straat staat het enig overgebleven zeventiende-eeuwse gebouw in de stad, Het Schielandshuis, gebouwd voor het hoogheemraadschap Schieland. Van 1849 tot 1935 was het Museum Boijmans Van Beuningen in Het Schielandshuis gevestigd. Tegenover het Schielandshuis staat een borstbeeld van Pim Fortuyn. De huidige Korte Hoogstraat ligt op dezelfde plaats als de vooroorlogse straat.

‘Op de Hoogstraat’

Rotterdammers spreken nog steeds van ‘op de Hoogstraat’, dit verwijst naar de tijd dat deze straat een dijk was. Vanaf de veertiende eeuw bouwde men in steen. De eerste stenen huizen van Rotterdam zijn waarschijnlijk aan de Hoogstraat gebouwd. Later woonden hier de rijkste Rotterdammers. Aan de Hoogstraat lag een herberg waar in de middeleeuwen de graaf en zijn gevolg verbleven als zij op bezoek in Rotterdam waren. Aan de Hoogstraat stond vanaf 1329 ook een stedelijk gastverblijf waar kooplui en handelsreizigers verbleven die de Rotterdamse markt bezochten. Tevens was er vanaf ongeveer 1400 een Dominicanerklooster.

Openbare gebouwen

De Hoogstraat ontwikkelde zich tot een van de belangrijkste straten van Rotterdam, met vele openbare gebouwen. Zo heeft het stadhuis van Rotterdam eeuwenlang aan de Hoogstraat gelegen. Het oude stadhuis kwam oorspronkelijk uit de vijftiende eeuw en werd veelvuldig verbouwd. In 1828 werd de stadhuistoren gesloopt. Andere openbare gebouwen op de Hoogstraat waren de Waalse kerk (gevestigd in de middeleeuwse bagijnenkapel), de Oosterkerk (uit 1681), het gasthuis, dolhuis, oudevrouwenhuis en oudemannenhuis. In het voormalige oudemannenhuis was later het bureau voor rechtsbijstand gevestigd. De bekende schrijver F. Bordewijk hield daar in de jaren dertig als advocaat elke week zitting.

Winkelgebied

In de negentiende eeuw nam de bevolkingsgroei van Rotterdam enorm toe. Het stadscentrum werd winkelgebied. Op de Korte Hoogstraat en de Hoogstraat verrezen diverse grote warenhuizen en modezaken, zoals Peek & Cloppenburg, Kattenburg en Co. en Meddens en Zoon. Ook kwam er in 1912 een bioscoop van Tuschinski: het rijk gedecoreerde Thalia Theater. De Waalse kerk werd in 1920 afgebroken. Op die plek verrees het modemagazijn van C&A Brenninkmeijer met vijfentwintig etages. In de Hoogstraat was het ‘Gasthuis voor Syphilitische vrouwen’ gevestigd. Hier moesten vanaf 1847 de Rotterdamse prostituees zich eens in de twee weken melden voor controle op geslachtsziekten. In de jaren 1920 en 1930 werd de Hoogstraat een echte winkelboulevard, met veel kleine winkeltjes en straatventers.

Herontwikkeling na de oorlog

In 1951 besloot Rotterdam over te gaan op een kernplan voor de binnenstad. De stad vond het van groot belang dat de winkelbuurten (waaronder de Hoogstraat) snel werden herbouwd. Probleem was dat de schadeherstelregeling vaak niet toereikend was. Veel kleine zelfstandigen konden de dure nieuwe panden niet betalen. Vroom & Dreesman was het eerste winkelbedrijf dat het aandurfde om in de lege binnenstad van Rotterdam te gaan bouwen. De nieuwe V&D verscheen op de hoek van het Rodezand en de Hoogstraat. Later volgden C&A, Peek & Cloppenburg en HEMA. Aan de Hoogstraat werd begin jaren tachtig de centrale bibliotheek (zie 16_ Centrale Bibliotheek) gevestigd. In 1995 werd het Beursplein waar de Hoogstraat op uitloopt, verrijkt met de Beurstraverse, bijgenaamd de Koopgoot. De Hoogstraat is mede hierdoor nog steeds een van de belangrijkste winkelstraten van Rotterdam.