content

Hoes, Johnny (1917-2011)

Nederlands zanger, producer en componist/tekstschrijver van Rotterdamse komaf, staat bekend als de Koning van de smartlap en is de ontdekker van vele Nederlandstalige artiesten. In een groot aantal van zijn liedjes speelt de stad Rotterdam een belangrijke rol.

Volksjongen

Johnny Hoes werd, als Jan Hoes, geboren op 19 april 1917 op Katendrecht, de Rotterdamse havenbuurt. Hij bleef enig kind. Hij groeide op in een echte Rotterdamse volksbuurt. Zijn vader was zeeman en zijn moeder werkte in een café (van mevrouw Larson), waar voornamelijk Scandinaviërs kwamen. Binnen korte tijd sprak moeder dan ook vloeiend Zweeds en Noors. Ondanks weinig financiële middelen volgde Johnny Hoes de HBS, wat zeer opmerkelijk was in deze tijd. De meeste jongens moesten op veertienjarige leeftijd al werken om mee te helpen brood op de plank te krijgen.

Voetballiefhebber

Hoes was een echte voetballiefhebber. Tijdens zijn pauzes op de HBS trapte hij vaak een balletje met werkloze voetballers van Feyenoord. Niet veel later ging hij spelen bij Coal, net als zijn vader. Op achttienjarige leeftijd speelde Hoes al in het eerste. Onvergetelijk waren de promotiewedstrijden naar de tweede klasse KNVB. Deze liefde voor voetbal resulteerde op latere leeftijd in het schrijven van de clubliederen van Feyenoord, Ajax ( Op ’n slof en ‘n Ouwe voetbalschoen), DWS, Fortuna, PSV en Sparta. Tijdens zijn HBS richtte Johnny Hoes het zangkwartet ‘The four Dutch Serenaders’ op. Zij waren geen succesvol kwartet, maar deden het wel goed bij de dames.

Vertrek naar Limburg

Tijdens WOII was Hoes dienstplichtig. In 1939 werd hij, als sergeant, gemobiliseerd in Tungelroy (Weert), waar hij zijn vrouw leerde kennen. In 1941 trouwden zij en vestigden zij zich in Weert. In het najaar van 1944 werd Nederland bevrijd door de Engelse Desert Rats. Later kwamen de Amerikanen. Hoes maakte zich verdienstelijk als tolk voor de Amerikanen en organiseerde verschillende feestavonden voor de Amerikaanse en Engelse soldaten. In ruil ontving hij blikken levensmiddelen, sigaretten en whiskey. De laatste gaf hij weg, aangezien hij niet rookte noch dronk. In 1948 begon Hoes zijn muziekzaak Antonio in zijn woning, een winkelpand. Hij verkocht vooral bladmuziek, tweedehands instrumenten en grammofoonplaten.

Artiest en producer

Zangeres Helma zette zijn eerste liedje ‘De Cowboy-soldaat’ op plaat. Dit nummer wekt de belangstelling van Phonogram, waar Hoes later gaat werken als artiest en producer. Na zijn eerste cowboy-liedje bleef Hoes aan één stuk door dit genre schrijven, maar hij kon ze niet slijten buiten Nederland. Samen met Jantje Hendriks schreef hij hun eerste plaatje ‘Johnny laat je jodel nog eens horen!’ het was in deze tijd, de jaren vijftig, dat Hoes zijn artiestennaam Johnny Hoes aannam. Zijn grote doorbraak kwam het nummer ‘Zeemanshart’ met Eddy Christiani. Door dit nummer kwam hij in aanraking met Philips. Hier ging hij later werken als freelance producer, die uitkeek naar nieuw talent. Hier kwam in 1963 een einde aan.

Best verkochte single

Zijn hit ‘Och, was ik maar bij moeder thuis gebleven’ (1961), geschreven door Frans Boermans en Thuur Luxembourg, staat met vierhonderdvijftigduizend exemplaren te boek als de best verkochte Nederlandstalige single aller tijden. Het nummer bereikt de eerste plaats van de Tuney Tunes hitparade in november 1961 en wordt in de poll tot beste Nederlandse song uitgeroepen. Hoes scoorde nog enkele grote hits ‘Daar mag je alleen maar naar kijken’, en ‘Dat is ’t einde’. Daarnaast is hij ook succesvol als producer van Wilmari’s (Barcelona) en Jackie van Dam ( Hand in hand, Kameraden). ‘Hand in hand, Kameraden’ bewerkte Hoes samen met Jaap Valkhof tot het clublied van de Rotterdamse voetbalclub Feyenoord. In 1963 neemt Hoes echter zijn eigen, nieuwe versie op van Hand in hand.

Telstar

In 1963 besloot Johnny Hoes zijn eigen productiemaatschappij Telstar op te richten. Telstar groeide uit tot een echt familiebedrijf. De opstart viel zwaar, maar uiteindelijk werden er een tal van gouden platen uitgereikt aan onder andere de Zangeres Zonder Naam, Dikke Leo en Zwarte Lola. Hoes heeft een grote invloed gehad op de Nederlandse muziekindustrie. Hij ontdekte in 1957 de Zangeres Zonder Naam en plaatste Doe Maar onder contract bij zijn platenmaatschappij Telstar.

Erasmusspeld

In een groot aantal liedjes van Johnny Hoes speelt de stad Rotterdam, zijn geboorteplaats, een belangrijke rol. In 2000 bracht hij een cd-box uit met vijftig liedjes over de havenstad, getiteld 'Mijn Rotterdam'. In 2008 kreeg Johnny Hoes de Erasmusspeld uitgereikt door de wethouder van cultuur van Rotterdam, Rik Grashoff. De Erasmusspeld wordt toegekend aan personen die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor Rotterdam op cultureel, sociaal of sportief gebied.