content

Hendrik Tollens (1780-1856)

Dichter en koopman. Bekende werken zijn onder meer het volkslied Wien Neerlandsch Bloed en het gedicht Tafereel van de overwintering der Hollanders op Nova Zembla.

Inhoudsopgave

Henricus Franciscus Tollens werd op 24 september 1780 geboren in Rotterdam. Zijn familie, oorspronkelijk van vlaamse afkomst, behoorde tot de Rotterdamse burgerij. Vader Carolus Tollens stond aan het hoofd van een kwasten- en verfhandel, welke in 1748 door Tollens’grootvader was opgericht. Na enkele jeugdjaren in Amsterdam doorgebracht te hebben, ging Tollens op kostschool te Elten. Op 15-jarige leeftijd keerde hij terug in Rotterdam en ging werken op het kantoor van de verffabriek van zijn vader, waar hij later zelf de leiding zou krijgen.

Tolxlens huwde in 1800 in het geheim met Gerbranda Catharina Rivier, afkomstig uit een familie van toneelspelers. Hierdoor kwam het tot een breuk tussen het jonge paar en de familie van Tollens, maar de vrede werd snel getekend en Tollens keerde terug in het familiebedrijf. In 1827 werd Tollens, van huis uit rooms-katholiek, remonstrants.

Gedichten

Verfhandellaar Tollens is bekend geworden door zijn gedichten. In zijn jonge jaren droomde hij, tegen de wens van zijn vader in, van een bestaan als dichter. Eenmaal volwassen kwam zijn functie als directeur van de verffabriek echter op de eerste plaats. Tollens dichtte in zijn vrije tijd en tegen een zeer bescheiden honorarium. Schreef Tollens aanvankelijk vrij sentimentele en erotische verzen, later vormden historische gebeurtenissen uit de vaderlandse geschiedenis, liefdadigheid en vooral huiselijkheid de belangrijkste thema’s in zijn pennenvruchten. Dit soort poëzie werd door tijdgenoten zeer gewaardeerd. Tollens’ster steeg snel en als volksdichter vond hij vooral weerklank onder de burgerij. Zijn werk werd veel gelezen, in grote oplagen gedrukt en zelfs vertaald. Bekende werken van zijn hand waren het in 1815 bekroonde volkslied Wien Neerlandsch Bloed en het lange verhalende gedicht Tafereel van de overwintering der Hollanders op Nova Zembla in de jaren 1596 en 1597. Later werden zijn gedichten steeds vaker middelmatig en burgerlijk genoemd en na zijn dood verging zijn roem snel.

Laatste Jaren

De laatste jaren van zijn leven had Tollens een zwakke gezondheid en kende hij veel familieproblemen. In 1846 verhuisde de dichter naar een buitenverblijf in Rijswijk en overleed daar op 21 oktober 1856. In 1860 werd er in het Park (bij de Euromast) op feestelijke wijze een standbeeld van Tollens onthuld. In Rotterdam Noord is sinds 1886 de Tollensstraat te vinden.

Literatuur
P. Haverkorn van Rijswijk, ‘De jeugd van Hendrik Tollens’ in Rotterdams Jaarboekje 1888, 107-123 Dr. G.W. Huygens, ‘Hendrik Tollens, de dichter en de burger’ in Rotterdams Jaarboekje 1956, 193-226 Dr. G.W. Huygens, Hendrik Tollens. De dichter van de burgerij, (Rotterdam 1972)