content

Belgische vluchtelingen

Op 4 augustus 1914 valt Duitsland België binnen. Door het oorlogsgeweld vluchtten Belgen massaal naar het neutrale Nederland. Vanwege de rol van Rotterdam als centraal knooppunt trekt een groot deel naar deze havenstad.

Binnenkomst

Op 14 augustus neemt Duitsland Luik en Brussel in en op 9 oktober wordt ook Antwerpen veroverd. Vooral de val van Antwerpen leidt tot een grote stroom van vluchtelingen naar Rotterdam. Op 7 oktober rijden de eerste treinen met Belgen de stations Delftse Poort en Beurs binnen. Vanaf de stations werden ze overgebracht naar loodsen van de Holland-Amerika Lijn voor tijdelijk onderdak en voedsel.
In het begin van de Eerste Wereldoorlog verbleven er ongeveer 23000 Belgen in Rotterdam. Door de overgave van België op 9 oktober werden de ze opgeroepen om terug te keren naar hun thuisland. Bij onderhandelingen tussen Duitsland en Nederland werd de veiligheid van de terugkerende vluchtelingen gegarandeerd. Diverse Nederlandse kranten beschrijven hoe veilig het was in België, deze berichtgeving werd gebruikt om ze sneller terug te laten keren. Op 30 november 1914 waren er nog 5000 Belgische vluchtelingen in Rotterdam. Zij bleven omdat ze bang waren voor de Duitse bezetter, niet wilden werken voor Duitsland of een beter leven hadden in Rotterdam. Na 1914 bleef het aantal Belgen in Rotterdam stijgen tot 9000 aan het eind van de oorlog.

Opvang en Hulp

De opvang van de vluchtelingen vond plaats op verschillende locaties. De rijkere Belgen verbleven vaak in pensions, hotels of bij beroepsgenoten, de armere in schepen of panden van bedrijven of stichtingen. Degenen die werkzaam waren in de scheepvaart woonden in hun eigen schip in de Rotterdamse haven. Het grootste deel van de vluchtelingen werd opgevangen door particulieren. Op de woningen hingen borden waarop de namen van de vluchtelingen stonden. Op deze manier konden verloren vrienden en familieleden elkaar terugvinden. Ongeveer 6000 Belgen verbleven in openbare gebouwen en ongeveer 17000 bij particulieren.
In 1914 verliep de hulpverlening aan Belgen chaotisch. Voor particulieren was het lastig om goede hulp te bieden omdat de stroom van vluchtelingen te groot was. Daarnaast kwamen ze naar Rotterdam zonder voedsel of geld. Hierdoor ontstonden al snel verschillende comités die orde probeerden te brengen in de chaos. De comités hielden zich bezig met voeding, huisvesting, informatieverstrekking, financiën en registratie. Ze hadden ook een controlerende functie door crimineel gedrag te melden bij de politie. Naast de hulp van Rotterdammers en comités kregen de Belgen een uitkering van de staat.

Demografie

Binnen de Belgische vluchtelingen bestonden drie bijzondere groepen: de pauvre honteux, de schippers en degenen die naar vluchtkampen werden gestuurd. De vluchtelingen die in België een goede welvaart hadden werden in Nederland de pauvre honteux genoemd, wat de stille arme betekent. Dit was in Rotterdam een erg kleine groep die een hogere uitkering kreeg dan anderen. Verder waren er de schippers, zij vestigden zich bij de Oude Plantage en woonden in hun eigen schepen. Het stond bij de lokale Rotterdammers bekend als een klein dorp. Nadat een handelaar uit Luik aangaf dat er schepen nodig waren voor de handel werden uitkeringen voor de schippers tijdelijk ingetrokken. Er was blijkbaar wel werk voor de schippers en dat zou betekenen dat ze ook geen uitkering nodig hadden. Nadat duidelijk werd dat ze dit werk weigerden omdat ze dan de Duitsers zouden helpen kregen de schippers alsnog een uitkering.
Degenen die naar vluchtkampen werden gestuurd waren de onbemiddelden, de ongewenste elementen en de vrouwen die ongewenst zedelijk gedrag vertoonden. De onbemiddelden hadden te weinig middelen om voor zichzelf te zorgen. Zij werden alleen naar de vluchtkampen gestuurd als er geen woonruimte voor ze was in Rotterdam. De ongewenste elementen pleegden kleine diefstallen of zedenmisdrijven en werden in sommige gevallen teruggestuurd naar België. Tot slot zijn er nog de vrouwen die onzedelijk gedrag vertoonden. Zij werden naar vluchtkampen gestuurd maar wisten soms te ontsnappen. Dit deden ze door een “deal” te sluiten met een bewaker. De vrouwen konden in de kampen werken door kleding te naaien of te breien.
Nog een aparte groep zijn de geïnterneerde Belgische soldaten. Zij werden aan het werk gezet in de Rotterdamse haven of naar een apart kamp gestuurd. Er zijn enkele gevallen bekend waarbij soldaten zich voordeden als burgers om hun vrijheid te behouden. Een aantal probeerde naar Engeland te reizen om zich weer aan te sluiten bij de geallieerden. Omdat dit de neutraliteit van Nederland in gevaar kon brengen werd hier door de rivierpolitie streng op gecontroleerd.

De relatie tussen Rotterdammers en Belgen

In de eerste maanden werden de vluchtelingen door de Rotterdamse bevolking met open armen ontvangen. Later ontstonden door het lange verblijf wel irritaties, maar er waren geen grote conflicten. Verder ontstond er een gespannen sfeer omdat de Belgen hogere uitkeringen kregen dan een aantal werkloze Rotterdammers. Na verschillende klachten werden de uitkeringen in 1916 aan elkaar gelijk gesteld. De irritaties groeide ook door een kleine groep die fraude pleegde. Inkomsten werden verzwegen waardoor Belgen hulp kregen die zij niet verdienden of ze gebruikten voedselbonnen die voor anderen waren bestemd. Daarnaast verkochten ze gedoneerde goederen voor een hoge prijs.
Het werd afgeraden aan Belgen om werk te zoeken omdat dit tot spanningen zou leiden met werkloze Rotterdammers. Toch vonden veel vluchtelingen werk in het theater, dit zorgde voor onrust onder Rotterdamse artiesten. Daarnaast kreeg een deel werk in kantoren of naaiateliers. De Belgen integreerden nauwelijks in Rotterdam, er waren verschillende Belgische verengingen opgericht en ze gingen vaak naar dezelfde uitgaansgelegenheden.

Eind van de oorlog

Aan het eind van de oorlog verplaatst de strijd tussen Frankrijk en Duitsland zich in de richting de Nederlandse grens. Hierdoor vluchtten opnieuw veel Belgen naar Nederland. Deze keer was Rotterdam beter voorbereid; de Rotterdamse politie had in overleg met verschillende comités een plan gemaakt. In december 1918 wordt de terugtocht uit Nederland georganiseerd. Het was de bedoeling dat Belgen voor ze teruggingen bij Belgische consuls een visum kregen. Door de slechte administratie reisden velen terug zonder zich te melden. Een aantal bleef in Nederland, vaak waren dit collaborateurs die bang waren voor repercussies. Na de oorlog uitten ze hun dankbaarheid door twee herdenkingsramen te leveren voor het nieuwe Rotterdamse stadshuis. Daarnaast kregen sommige Rotterdammers een brief van de Belgische staat om hen te bedanken of een persoonlijke brief van een vluchteling.

Literatuur:

  • Evelyn de Roodt - Vier eeuwen migratie: bestemming Rotterdam, vluchtelingen in Rotterdam tijdens de Eerste Wereldoorlog
  • Herman Romer - Rotterdam in de jaren 10
  • Paul van de Laar - Stad van formaat: Geschiedenis van Rotterdam in de negentiende en twintigste eeuw

Primaire bronnen:

Maasbode 11 oktober 1914.
Maasbode 16 oktober 1914.
NRC 16 oktober 1914.
De nieuwe Rotterdamse courant 8 oktober 1914.
Toespraak Wilhelmina 15 september 1914.
6-01 Gemeente Hilligersberg: inventarisnummer 4705: Stukken betreffende ondersteuning van Belgische vluchtelingen.
215 Archief van het Comité Belgische Vluchtelingen te Rotterdam.
494.04 Gemeentesecretarie Rotterdam afd. Bevolking c.a.: aangiften van vestiging en vertrek:

  • inventarisnummer 286 t/m 290: "Vestigingsbiljetten", ingekomen aangiften van Belgen van vestiging in de gemeente Rotterdam, alfabetisch geordend.

963 Familie Reuchlin:

  • inventarisnummer 404: Brieven aan A.M. Reuchlin-Elink Schuurman afkomstig van Godfried A. 1909-1911. 1 omslag. Nieuwe Rotterdamsche Courant, 1915 mrt 2. 1 stuk. Met artikel over de naai-inrichting in hotel De Baars voor Belgische vluchtelingen. Nieuwe Rotterdamsche Courant, 1916 feb 23. 1 stuk. Met artikel over Belgische vluchtelingen. Foto ter gelegenheid van het 25-jarig huwelijk van het echtpaar ?, 1916. 1 stuk. Portret van Charles Jenkinson, z.j. 1 stuk. Stukken en correspondentie betreffende de naaiklassen voor Belgische vluchtelingen, 1915-1919. 1 omslag. De Belgen in Nederland tijdens de oorlogsjaren. Rotterdam / Karel de Temmerman, S.J.-Leiden : N.V. Futura, 1918. 1 deeltje.
  • inventarisnummer 485: Foto's betreffende de naaiklassen voor Belgische vluchtelingen.
  • inventarisnummer: 518 Register, waarin bijzonderheden zijn vermeld over de in Nederland bestaande naaiinrichtingen voor Belgische vluchtelingen.

444.01Gemeentesecretarie Rotterdam afd. Algemene Zaken: Raad; B&W (NSA):

  • Inventarisnummer: 941 Verzoek Belgische geïnterneerden om vermindering van huurprijs voor het pand Van Hogendorpsplein 22a
  • Inventarisnummer: 1041 Ligplaats Belgische woonscheepjes
  • Inventarisnummer: 175 Ligplaats Belgische schepen
  • Inventarisnummer: 26 Belgische vluchtelingen