content
Uw zoekacties: Doop remonstrants
x359 Parochie H. Lambertus
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

359 Parochie H. Lambertus
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inventaris
1. Inleiding
sluiten
359 Parochie H. Lambertus
1. Inleiding
Wie zich wil verdiepen in de geschiedenis van de parochie van de H. Lambertus te Kralingen behoeft slechts het nog steeds voortreffelijke gedenkschrift van Dr. Kersbergens Katholiek Kralingen in den loop der tijden *  op te slaan om een verantwoorde compilatie van de tot nu toe bekende gegevens over deze parochie aan te treffen. Tot goed begrip van deze inventaris is het voor mij derhalve overbodig om hier meer te geven Aan enige grove aanduidingen van de ontwikkeling van deze parochie.
De kerk van Kralingen is een dochter van de kerk van Rotte oftewel Hildegaertsberch, welke gewijd was aan de H. Hildegardis. Ook de kerken van Blijswijk, Zevenhuizen en Rotterdam waren gefiliëerd aan die van Rotte. *  Al deze kerken behoren aan de abdij van St. Paulus te Utrecht. De oudst bekende vermelding van een pastoor in Kralingen -in een leenregister van de abdij van St. Paulus-dateert van 1270, wanneer in een akte over novale tienden in Kralingen ene magister Henricus, "persona" in Kralingen, als getuige wordt genoemd *  . Kort daarna wordt de -geringe -Kralingse bijdrage in de kruistochtstienden vermeld die ingezameld werden krachtens een besluit van het concilie van Lyon van 1274. * 
Uit de "informacie" van 1514 weten we dat Kralingen in dat jaar ongeveer 200 communicanten telde die in hun levensonderhoud voorzagen door te "vogelen, visschen, delven ende eenighe koeyen te houden ende wat haver te zaijen. *  Een indruk van de bezitsverhoudingen geeft dezelfde bron waar vermeld wordt dat van de 1400 morgen veengrond die het ambacht omvat 543 morgen eigendom is van de buren, 262 van Rotterdammers, 96 van Hagenaars, 159 van kerkelijke personen en instellingen en 350 van de vrouwe van Assendelft. Dr. Kersbergen veronderstelt dat de parochie Kralingen rond 1400 de armste van Schieland geweest is. *  Boertiger drukt de geschiedschrijver Gerrit van Spaan zich uit wanneer hij over de armoede van Kralingen in het midden der 16e eeuw spreekt: "Men zegt dat in oude tijden alhier een paap gewoond heeft welke van honger naauwlijks kakken konde", welke pastoor volgens Van Spaan vanaf de kansel geroepen moet hebben: "Kralingen, Kralingen, je moogt er pijp-kaneel op zaajen, maar daar zal gagel op gaan". * 
De protestantisering in Kralingen schijnt zich slechts langzaam, en dan nog slechts in betrekkelijk geringe mate voltrokken te hebben. Het dorp wordt een broeinest van papisme genoemd *  . Reeds in de tweede decade der zeventiende eeuw worden de Kralingers in ieder geval reeds door een te Rotterdam verblijf houdende Jezuiet bezocht, terwijl zij tevens de sacramenten konden ontvangen op het slot van de machtige Johan van der Veken te Capelle. * 
Ca. 1647 krijgt de statie Kralingen een vaste bedienaar, Cornelis van Wijck, die in 1650 zijn "papenhuis" betrekt aan de zuidzijde van de Veenweg. De katholieken kunnen nu ook steeds opener hun godsdienstoefeningen houden; in de vijftiger jaren van deze eeuw is men ook aangevangen met de registratie van doop, huwelijk en overlijden *  .
Tijdens de strubbelingen in de Hollandse Zending die resulteren in het ontstaan van het Utrechtse Schisma kiest pastoor Franciscus van de Wetering partij tegen Rome *  , een keuze die kennelijk steeds meer tegenstand oproept bij de gelovigen *  . In 1747 krijgt Kralingen dan ook weer een aanhanger van Rome als pastoor in de persoon van Johannes ten Dam.
In 1750 krijgt het kerkbestuur vergunning een nieuwe kerk te bouwen, evenwel op de zelfde plaats aan de Veenweg als de oude kerk die door de geleidelijke verplaatsing van het woongebied steeds excentrischer was komen te Iiggen. Immers door het intensieve turfsteken was de omgeving van de Veenweg veranderd in een plassengebied, terwijl het dorpscentrum langzamerhand zuidwaarts was verplaatst, waar de vele buitenplaatsen van voornamelijk welgestelde Rotterdammers gesitueerd waren *  . In 1802 verplaatsen de katholieken-nu in rechten gelijkgesteld met de gereformeerden-hun kerk naar het nieuwe centrum, naar de Hoflaan. Kerkmeesters kopen de herberg de Goude Leeuw, waarvan het woonhuis wordt ingericht tot pastorie, en bouwen daar achter de kerk *  .
In 1837 krijgt het kerkbestuur na een H jaar durende strijd vergunning tot de aanleg van een eigen begraafplaats *  , welke in de twintigste eeuw, wederom na jarenlang geharrewar met het gemeentebestuur van Rotterdam-Kralingen is inmiddels bij wet van 6 december 1894, S. 184, bij Rotterdam gevoegd-om hygiënische redenen buiten gebruik gesteld wordt *  .
De huidige kerk aan de Hoflaan is tijdens het pastoraat van C. Scheiberling naast de oude gebouwd onder architectuur van E.J. Margry. Op 26 juni 1878 wordt deze nieuwe kerk door de bisschop van Haarlem geconsacreerd *  .
Het parochiearchief is ca. 1950 reeds door een mij onbekend iemand geïnventariseerd *  . Eerder is het intensief geraadpleegd door Dr. Kersbergen, doch voordien schijnt het noch van de zijde van onderzoekers, noch van de zijde van de bewaarders veel belangstelling genoten te hebben. Een uitzondering dient echter gemaakt te worden voor genealogen die regelmatig de doop-, trouw- en begraafboeken hebben gebruikt, hetzij op het gemeentearchief, hetzij op de pastorie. Na de inventarisatie is het archief weer op de verschillende stofrijke zolders van de pastorie opgeslagen geweest totdat het de belangstelling mocht ondervinden van kapelaan F.J. van Zeeland die het met instemming van pastoor H.F.A. Konijn aan de Gemeentelijke Archiefdienst in bruikleen heeft afgestaan.
De inventarisatie behoeft geen nadere verklaring daar zij op de gebruikelijke wijze heeft plaats gevonden. Evenwel, de testamenten, extracten van testamenten etc. waarbij kerk- of armbestuur tot erfgenaam of legataris worden verklaard zijn niet onder het hoofdstuk "Eigendommen en bezittingen" gebracht, doch onder het hoofdstuk "Fundaties" *  . Deze akten werden te eniger tijd bewaard op volgorde van de data waarop de jaargetijden gelezen moesten worden. Ook was er ooit, blijkens opschriften op thans vernietigde omslagen, een splitsing in "beëindigde" en "loopende" fundaties. Bij de inventarisatie moest dus het eigendomsaspect als secundair worden aangemerkt. Onder het hoofdstuk "Eigendommen en bezittingen" wordt naar deze akten verwezen.
mei 1973.
2. Archief van het kerkbestuur
3. Archief van het armbestuur
4. Aanhangsel
5. Bijlagen
Kenmerken
Datering:
1652-1967
Omvang:
2.58 meter
Rubrieken:
Trefwoorden:
Categorie:
  • Zonder categorie
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS