content
Uw zoekacties: Polder Oud Smalland
x13.09 Polder Oud Smalland
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

13.09 Polder Oud Smalland
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inventaris
1. Inleiding
sluiten
13.09 Polder Oud Smalland
1. Inleiding
Van IJsselmonde kunnen we zeggen dat reeds in de 12e eeuw bepaalde delen binnen dijken waren gesloten; met name de Zwijndrechtse Waard, welke een heerlijkheid en eigendom van de Utrechtse St. Paulusabdij was *  . Teixeira de Mattos neemt aan dat de dijken van de polders op dit eiland meer aan elkaar werden vastgehecht, naarmate de inpolderingen voortgang hadden *  . Elke polder onderhield zijn eigen dijken. Alleen die van de Zwijndrechtse Waard en Het Gemeeneland van Poortugaal werden beheerd en verzorgd respectievelijk door het Hoogheemraadschap De Zwijndrechtse Waard en het Dijksbestuur van Het Gemeeneland van Poortugaal.
Tussen de aaneengehechte partiële indijkingen van het eiland IJsselmonde bleven open rivierarmen liggen. Tot na de Sint Elisabethsvloed van 1421 vertoonde de ontwikkeling van de indijkingen een cirkelgang van doorbraken, herdijkingen en terreinwijzigingen. Reconstructie van die ontwikkeling na analyse der bewegingen bracht Ramaer tot de conclusie dat ca. 1300 het eiland uit zes stukken land moet hebben bestaan *  . De grote vloeden van 1373 en 1421 brachten in de gesteldheid van het land grote veranderingen teweeg en daarna was het niet steeds mogelijk tot onmiddellijke herdijking over te gaan; partiële herdijkingen konden pas op latere tijdstippen worden bewerkstelligd.
Teixeira de Mattos stelt de herdijking van Roozand tezamen met die van Oud-Engeland op 1416. Langebakkersoord en Oud-Smalland zijn vermoedelijk in 1487 bedijkt.
In 1897 werden twee waterschappen opgericht, t.w. De Oude en Nieuwe Maasdij-ken vóór het Land van Rhoon en De Westdij ken van het eiland IJsselmonde, welk laatste de dijkzorg van o.m. de vier polderbesturen overnam.
Tot het einde van de Republiek was IJsselmonde staatkundig in tweeën gesplitst. Het grootste deel ressorteerde onder het baljuwschap van Zuid-Holland, het kleinere onder Putten en stond bekend als Putten over de Maze *  *  . Deyffels-broek, Langebakkersoord en Oud-Smalland waren deel van één ambachtsheerlijkheid, Putten over de Maze, Roozand hoorde tot Poortugaal. Na de restauratie in 1813 is geleidelijk een situatie ontstaan die ertoe leidde dat de vier polders tot de gemeente Pernis kwamen te behoren.
De vier polders vormden als het ware een gordel om de kernpolder "De Polders Pernis ca." in de gemeente Pernis. Verder behoorden ze met deze tot de grootsten en maakten het leeuwendeel uit van het grondgebied. De andere Pernisse polders zijn kleiner en van jongere datum
Oud-Smalland werd begrensd door Madroel, Nieuw-Smalland, Langebakkersoord en Roozand c.a. respectievelijk in het oosten, noorden, westen en zuiden. Binnen deze grenzen besloeg de polder een oppervlakte van 60 ha. Ongeveer in het midden van zuid naar noord werd de polder doorsneden door de Smallandschenweg, een aardeweg waarvan het beheer in 1917 werd overgenomen door de gemeente Pernis *  .
Het Bijzonder Reglement van 1857 droeg het polderbestuur op aan een dijkgraaf en twee heemraden, die op voordracht door de Koning moesten worden benoemd. De waterhuishouding werd geregeld door een sluis en een langs de oostelijke kade van Nieuw-Smalland lopende uitwateringsgeul, welke op de Nieuwe Maas loosde.
Het Havenplan-Pernis dat door de directeur der Gemeentewerken van Rotterdam, A. C. Burgdorffer, via de Commissie voor Plaatselijke werken in 1913 bij het College van Burgemeester en Wethouders werd ingediend, luidde het einde in van o.m. de vier polders *  . Het overtrof in zijn opzet het plan-Waalhaven dat enige jaren tevoren zo'n diepe indruk op het publiek had gemaakt *  . Het kwam immers neer op de onteigening van 1500 ha grond op de noordwestelijke punt van IJsselmonde en was een nieuw culminatiepunt in de gestage groei welke de haven tientallen jaren had vertoond. Naast de structurele motieven voor de ontwikkeling op lange termijn, nauw verband houdende met de economische groei van het Duitse achterland, had een serie desiderata, welke alle blijk gaven van de toekomstvisie der Rotterdammers zoals de NRC die had geschetst, de doorslag gegeven. Op 22 juli 1915 stelde de Gemeenteraad van Rotterdam de plannen vast *  . en in 1917 werd bij de wet het algemene nut der onteigeningen vastgesteld *  . Na de eigendoms- en beheersovergangen van de polders stelde de gemeente Rotterdam in 1925 in plaats van het polderbestuur een Vertegenwoordiger van de Polder voor elke polder aan; als zodanig werd voor alle polders aangewezen de directeur van de Technische Dienst, die plaatselijk de verschillende werkzaamheden door een opzichter liet waarnemen.
Alle zaken betreffende de polders werden voortaan door Rotterdam behartigd, al bleven de polders formeel voortbestaan tot 1958 toen Provinciale Staten de definitieve ontpoldering vaststelden door intrekking van de bijzondere reglementen.
De zeer afwijkende toestand die na 1925 ten aanzien van het heemrecht ontstond, betekende een beëindiging van het zelfstandig polderbeheer. Dat deze beëindiging pas in 1958 formeel haar beslag kreeg was een gevolg van de ontpoldering, welke in dat jaar een feit kon worden. De gehele opzet was na 1925 echter gericht op de finale likwidatie van de polders en de archivalia die sindsdien ontstaan zijn, kunnen niet gerekend worden tot het eigenlijke polderarchief te behoren. Vandaar dat ze in een Aanhangsel worden beschreven.
2. Inventaris
Kenmerken
Datering:
1810-1958
Openbaarheid:
Het gehele archief is zonder beperkingen voor ieder ter inzage.
Omvang:
.51 meter
Rubrieken:
Trefwoorden:
Categorie:
  • Zonder categorie
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS