content

Algerabrug

Onderdeel van een stormvloedkering in de Hollandse IJssel. De kering was het eerste deltawerk in Nederland. Zij beschermt onder andere Krimpen en Capelle aan den IJssel tegen hoog water.

Algera-complex

In 1953 werd Nederland getroffen door de watersnoodramp. Als onderdeel van het Deltaplan werd in de Hollandse IJssel in het jaar daarna gestart met de bouw van het Algera-complex met een beweegbare stormvloedkering, een sluis en een brug. De kering bestaat uit vier hoge torens van vijfenveertig meter. Twee torens staan aan de kant van Capelle aan den IJssel en twee aan de kant van Krimpen a/d IJssel. Tussen deze torens hangen twee stalen schuifdeuren. Bij een normale waterstand hangen de schuiven twaalf meter boven de rivier. Als er hoog water wordt verwacht, dan zakt een schuif naar beneden tot een speciale drempel op de bodem.

Veerpont

De plek waar de stormvloedkering is gebouwd, is van oudsher een verkeersknooppunt. Oorspronkelijk voer er een veerpont tussen Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel. Deze veer wordt al genoemd in de zeventiende eeuw. In 1883 komt de familie Van der Ruit in het bezit van de veerrechten, die werden overgenomen van Jan Noorlander die sinds 1852 eigenaar was. Daarvoor was de veer het bezit van de stad Gouda. Eeuwenlang werd er alleen met roeiboten gevaren, maar vanaf circa 1900 werd er naast de roeiboten ook gebruik gemaakt van een kleine houten pont, waar ook paard en wagen mee kon worden overgezet. Vanaf 1920 werd de pont getrokken door een motorbootje. Door het toenemende verkeer moest regelmatig geïnvesteerd worden in grotere ponten. Doordat velen afhankelijk waren van de veerpont ontstonden er grote files van wachtende auto’s op de Nijverheidstraat en de Ketensedijk.

Waternoodramp

De waternoodramp van 1953, vaak vooral geassocieerd met Zeeland en de Zuid-Hollandse eilanden, had ook grote gevolgen voor West-Brabant en de omgeving van Capelle aan den IJssel. De Hollandse IJssel staat, via de Nieuwe Waterweg, in open verbinding met de Noordzee. In 1953 waren de dijken langs de rivierarm van slechte kwaliteit, en de toestand was op 31 januari 1953 kritiek. Waren er geen maatregelen genomen om de zwakke plekken van de dijken te versterken, dan had dat grote gevolgen kunnen hebben voor de Randstad. Bij een doorbraak van de Ketense- en Groenedijk zou Zuid-Holland van Rotterdam tot aan Den Haag en tot voorbij Leiden zijn ondergelopen. Ondanks de voorzorgsmaatregelen stroomde het water van de Hollandse IJssel over de Ketensedijk (Capelle) de polders in. Door grote inzet van honderden vrijwilligers werd voorkomen dat de Ketensedijk het begaf.

Deltacommissie

Geen wonder dat spoedig na de waternoodramp de Deltacommissie werd benoemd. Begin 1954 adviseerde de Deltacommissie twee mogelijkheden: het sterk verhogen van alle dijken langs de Hollandse IJssel, of het afsluiten van deze rivierarm. Er werd besloten tot het bouwen van een dubbele beweegbare stormvloedkering in Krimpen aan den IJssel, die bij dreigend hoogwater kan worden gesloten. In januari 1954, nog geen jaar na de Watersnood werd begonnen met de eerste baggerwerkzaamheden.

De grendel van Holland

De gigantische schuif van zeshondertwintig ton werd op 18 december 1957 om 13.45 uur centimeter voor centimeter naar de torens gevaren. Op 6 mei 1958 werd de eerste schuif voor het eerst neergelaten bij wijze van proef. Naast de stormvloedkering werd een schutsluis gebouwd die ook bij gesloten kering het scheepvaartverkeer doorgang kan verlenen. Vervolgens kon er een verkeersbrug over de IJssel worden gerealiseerd, die ter hoogte van de schutsluis beweegbaar is. De eerste stormvloedkering van de Deltawerken, de schutsluis en de brug kwamen in 1958 gereed. De totale kosten van de stormvloedkering Hollandse IJssel bedroegen ongeveer veertig miljoen gulden. De stormvloedkering kreeg in 1961 de bijnaam ‘de grendel van Holland’. Een begrijpelijke naam: deze kering moet immers voorkomen dat bij gevaarlijk hoogwater de hele Randstad overstroomt.

Algerabrug

De Algerabrug werd op 22 oktober 1958 in bedrijf gesteld. De brug is vernoemd naar Dr. Jacob Algera (1902-1966), lid van de Anti-Revolutionaire Partij (ARP). In het Kabinet-Drees II en III was Algera minister van Verkeer en Waterstaat. Gedurende zijn ambtsperiode als minister vond in februari 1953 de Watersnood plaats en was Algera betrokken bij de totstandkoming van de Deltawet in 1955. De Algeraweg, het verlengde van de Algerabrug is eveneens naar hem vernoemd. De Algerabrug heeft een lengte van tweeëntachtig meter en is ruim negentien meter breed.

Veerpont uit de vaart

Door de komst van de brug kwam er een einde aan de lange files bij de pont. Daarnaast zorgde de brug er ook voor dat steeds meer mensen zich gingen vestigen in de Krimpenerwaard. Helaas kende de komst van de brug ook een negatief puntje. Het leidde ook tot het einde van het veer Van der Ruit. Eind jaren zestig nam langzamerhand het autobezit toe, waardoor de brug deze verkeersstroom niet meer kon verwerken. Hierop werd besloten tot de aanleg van een wisselstrook. Deze strook werd op 16 januari 1988 geopend door prof. Mr. Pieter Van Vollenhoven. Tegenwoordig zijn er weer dagelijks files op de Algerabrug.

Vijftig-jarig jubileum

In 2008 bestond de Algerabrug vijftig jaar. Tijdens de zomermaanden van 2008 werd de brug enkele dagen afgesloten, ondermeer voor vervanging van gedeelten van het wegdek en andere inspectiewerkzaamheden. In dezelfde periode werd het vijftigjarig jubileum van het eerste Deltawerk van Nederland gevierd met een tentoonstelling, een publieksfeest en speciaal voor het jubileum geschreven hymne.